Geografische gegevens bepalen hoe we de wereld begrijpen en hoe we er beslissingen over nemen. De waarde ervan hangt echter af van één cruciale voorwaarde: de mogelijkheid om gegevens te combineren en te gebruiken in verschillende systemen.
Geografie en geologie vormen de basis voor dit begrip. Wanneer locatie aan data wordt toegevoegd, neemt de waarde ervan aanzienlijk toe. Patronen worden duidelijker, verbanden komen aan het licht en de mogelijkheden van informatietechnologie worden vermenigvuldigd. Elk object, elke activiteit en elk proces bestaat ergens, of het nu vaststaat of in beweging is. Locatie maakt deze verbanden waarneembaar en vergelijkbaar.
In de praktijk begint de uitdaging vaak daar.
Omdat het belang van locatie al eeuwenlang wordt erkend, hebben overheden, bedrijven en gemeenschappen onafhankelijk van elkaar hun eigen ruimtelijke data en systemen ontwikkeld. Dit resulteert vaak in benaderingen die niet op elkaar aansluiten over de grenzen heen. Binnen steden bestaat ruimtelijke data uit meerdere lagen, van ondergrondse infrastructuur tot oppervlaktekenmerken en bovengrondse structuren. Deze lagen worden vaak onafhankelijk van elkaar ontwikkeld door verschillende instanties. Op grotere schaal maken verschillen in standaarden en datamodellen integratie nog complexer.
Het resultaat is data die moeilijk te combineren, uit te wisselen en effectief te gebruiken is.
MUDDIEen gedeeld probleem, gezamenlijk aangepakt.
Een gebied waar deze uitdagingen bijzonder merkbaar zijn, is de ondergrondse infrastructuur. De beslissing om nutsvoorzieningen ondergronds aan te leggen, biedt duidelijke voordelen, maar heeft als nadeel dat ze onzichtbaar worden. Eenmaal begraven en geasfalteerd, is het moeilijk om precies te weten waar ze zich bevinden. Gegevens van duizenden nutsbedrijven zijn vaak onvolledig of slecht gedocumenteerd. Data kunnen in verschillende formaten bestaan, opgeslagen in geïsoleerde systemen en gekoppeld aan verschillende coördinatensystemen met wisselende nauwkeurigheid. Zelfs binnen één stad kan het combineren van deze data lastig zijn. Over verschillende regio's heen wordt het nog complexer. Zonder accurate en compatibele gegevens over nutsvoorzieningen zijn de gevolgen reëel: onbedoelde aanvaringen, vertragingen in de bouw, kostenoverschrijdingen en problemen bij noodhulp.
In het besef dat dit een gedeeld probleem was, kwamen professionals uit steden, nationale instanties en organisaties van over de hele wereld via OGC samen om een gemeenschappelijke aanpak te ontwikkelen.
Het resultaat is de MUDDI Model (Model voor de definitie en integratie van ondergrondse gegevens), dat nutsvoorzieningsnetwerken beschouwt als onderling verbonden systemen, waarbij niet alleen de kerninfrastructuur zoals leidingen en buizen wordt vastgelegd, maar ook de omringende context die deze ondersteunt en verbindt.
In plaats van helemaal opnieuw te beginnen, onderzocht de groep bestaande datamodellen en standaarden die al in gebruik waren, waaronder INSPIRE in Europa, normen voor ondergrondse techniek van de American Society of Civil Engineers en het Japanse ROADIC-model. Door gemeenschappelijke structuren en relaties te identificeren, ontwikkelden ze een gedeeld conceptueel model voor ondergrondse data.
Het model werd beschikbaar gesteld voor beoordeling en verfijning en gepubliceerd als een OGC-standaardEchter, zelfs met deze vooruitgang, de MUDDI Standaarden De werkgroep blijft werken aan aanvullende gebruiksscenario's, profielen en uitbreidingen.
Van model naar implementatie
Wat dit werk zo belangrijk maakt, is de manier waarop het wordt toegepast.
In het Verenigd Koninkrijk, de MUDDI Het model vormt de basis voor het National Underground Asset Register (NUAR), een initiatief om ondergrondse nutsvoorzieningen in Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland in kaart te brengen.
In New York City ondersteunt het de ontwikkeling van een 3D-programma voor nutsvoorzieningen, in combinatie met inspanningen om tienduizenden geologische gegevens te digitaliseren en te integreren.
Ook andere landen, waaronder Nieuw-Zeeland, Australië, Saoedi-Arabië en Bahrein, zijn begonnen het model in hun eigen context toe te passen.
Tegelijkertijd blijft het werk zich ontwikkelen. OGC en ASCE bevorderen de integratie tussen MUDDI en bestaande technische normen, terwijl de MUDDI De werkgroep Standaarden onderzoekt nieuwe toepassingen, waaronder overstromingsrisico's en andere milieugevaren, en digitale tweelingomgevingen.
Wat dit werk vertegenwoordigt
Inspanningen zoals MUDDI laten zien hoe geospatiale standaarden in de praktijk worden ontwikkeld en vervolgens evolueren.
Ze komen voort uit concrete uitdagingen in verschillende delen van de wereld. Ze worden gevormd door samenwerking, getest tijdens de implementatie en in de loop der tijd verbeterd naarmate er nieuwe toepassingsmogelijkheden ontstaan.
Voor de betrokkenen biedt dit werk meer dan alleen technische resultaten. Het biedt de mogelijkheid om met collega's van verschillende organisaties in contact te komen, te begrijpen hoe anderen soortgelijke problemen aanpakken en bij te dragen aan oplossingen die verder reiken dan een enkel project of systeem.
Volgende halte: Spa
Naarmate geospatiale systemen steeds meer met elkaar verbonden raken en steeds vaker worden gebruikt ter ondersteuning van infrastructuur, klimaatbestendigheid, stadsplanning en vele andere publieke en private toepassingen, groeit de behoefte aan compatibele, gestandaardiseerde gegevens en gedeelde werkwijzen voortdurend.
Werk als dit is afhankelijk van mensen die bereid zijn zich in te zetten, bij te dragen en samen te werken over grenzen en disciplines heen.
Voor degenen die geïnteresseerd zijn om deel te nemen aan dat proces, biedt OGC een platform om mee te denken en vorm te geven aan de ontwikkeling van geospatiale systemen.
Meer informatie
Als u wilt bijdragen aan de ontwikkeling van geospatiale systemen, kunt u hier meer lezen over het individuele lidmaatschap van OGC: Ontdek het individuele OGC-lidmaatschap